Nationaal Park Hoge Kempen
Nationaal Park Hoge Kempen

Nationaal Park Hoge Kempen

Nationaal park? Meteen denk je aan bomen die tot de hemel klimmen, kampeerplekjes en meerdaagse verkenningstochten, een safarigelijke ontdekking met gnoe’s, savannes en eindeloze einders met bloedrode zonsondergangen. Het nationaal park Hoge Kempen biedt veel meer dan dat! Neem er een kaart bij en je vraagt je af waar je beland bent. Ik vond die kaart slechts in Zutendaal, alwaar ik met zicht op de kerk een hartelijk en gastvrij onderkomen vond bij een kangoeroefamilie met Nederlandse roots die alleen uit vrouwen leek te bestaan. Heerlijk driegangenmenu op de kamer, spare ribs die alleen van een mammoet konden komen, van olie doordrenkte goudbruine frietjes zoals ze ooit bedoeld zijn. Ik was van Genk naar Zutendaal gestapt doorheen een redelijk kaal en verontrustend druk stuk bos, de Kattevennen – bevolkt door fietserskolonnes en mantelzorgers. Maar hé, de mensen zeiden hier goeiedag! En dat ik dan na het bos ook een paar kilometer steenweg moest vreten? Niet erg, het nationaal park lonkte! (ik was er dus al doorgestapt, maar dat wist ik toen nog niet)

Zutendaal dus. Ik was er. En ik ging een toertje wandelen, richting een toegangspoort, de Lieteberg. Gesloten, maar ik snuifde diep de rust en de gemoedelijkheid in. Ruimte. Nooit alleen, maar altijd plaats genoeg. De dag nadien was het bezoekerscentrum van de toegangspoort wel open. Dé kaart. Wat op Google Maps een groene zone leek bleek een versnipperd allegaartje: hier een pluk groen, daar een dorpskern, daar industrie, daar militair domein. Met de steenweg van gisteren in gedachten, besluit ik de vele Zutendaalse wandelpaden te verkennen. Wel degelijk ingekleurd als Nationaal Park Hoge Kempen! Het wordt een mooie dag. Ik praat met de bosarbeider, tevens eigenaar van een stukje grond aan het Albertkanaal. Hoe ze vroeger moesten draineren maar hoe de droogte nu het boeren bijna onmogelijk maakt. Ik geniet van holle wegen, kilometerslange wandelingen door bossen die voor de bewoners hier een natuurlijk verlengstuk van hun leven lijken te zijn. Vaak zie je wel een silhouet in de verte – maar het stoort niet, er is genoeg voor iedereen. Een vrouw met een cattle dog doet haar beklag omdat ze door een boswachter berispt werd. Ik kies de kant van de reetjes, maar ze toont begrip. Ik denk dat mensen hier wel een andere mening mogen hebben, er eigenlijk van uitgaan zelfs. Al dat beamen en bevestigen en naar de mond praten, daar doen ze hier niet aan. Ze wenst me een fijne wandeling toe, terwijl de hond dan toch even de benen strekt. Ik zie een koppel buizerds navigeren door het bos.

De dag nadien: richting Pietersheim, door de toegangspoortdame bewierookt omdat er bepaalde paden zelfs een Duits keurmerk hebben gekregen. Ik moet redelijk wat asfalt vreten vooraleer ik er geraak. En het is een teleurstelling. Het bos is nog kaal, ik spot geen dieren of vogels, er zijn te veel jachttorens en vaak ook hoor je het verkeer van een weg in de nabijheid. ’s Avonds doe ik nog een wandelingetje met de vriendin. De Zutendaalse lucht hangt wederom vol van belofte, rust, ruimte en regelmaat rondom ons, als een warme deken.

De dag nadien: richting Munsterbilzen, niet langer Nationaal Park Hoge Kempen. Maar welk een mooie omgeving, het Munsterbos. Het mooiste bos dat ik ooit bezocht om eerlijk te zijn. We vinden er een drenkplaats voor everzwijnen en reetjes, genieten van een prachtig uitzicht op vijvers vol riet, goed gevuld met eendjes, passeren op een boerenerf dat deel uitmaakt van een wandelpad en genieten van de verscheidenheid aan vegetatie, geschiedenis en rustgevende uitzichten. Het Munsterbos. Tevreden zetten we koers naar huis.

Eén reactie

  1. Pingback: Reebokje in Limburgs natuurgebied De Maten – een beetje maguy

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: