Pizza met ajuin
Pizza met ajuin

Pizza met ajuin

Eupen. Na een halfuurtje stappen passeer ik een plek (kerk, bakker, goudsmid) die me bekend voorkomt. Hier was ik in oktober met een wandeldate. Mijn b&b zonder ontbijt is een beetje verder. De gastvrouw blijkt een Armeense gulle, hartelijke dame. De avond nadien brengt ze me soep. Het beste wat ik er gegeten heb, want de Duitstalige locals smijten hier op alles ajuin. Pizza? Ajuin met spek. Een durum met friet? Ajuin! Ik vraag me af waar het ooit is misgelopen. En mijn Frans wordt maar 1 maal op de 2 ook in het Frans beantwoord. Duits, het ligt me zo niet.

De reden dat ik hier in deze Hoge Venen-streek beland? Reetjes en herten. Volgens wie het kan weten zijn die wel degelijk goed te spotten rondom Signal de Botrange. Ik associeerde de streek nochtans vooral met heide. En zompige, off limits vennen. Was er ooit met een vrouw en haar kinderkroost. Een weekend dat de neergang illustreerde.

De dag nadien: de bus op, richting die Signal. De bus slingert zich omhoog, Eupen uit – en vanaf dan is het feest voor de ogen begonnen: de zon breekt door het koude bos, de glinstering op het witte gras, de belofte van wild. Ik stap af en ben vertrokken voor een mooie wandeling – torenvalkje, eindeloze vergezichten (geen windmolen in zicht!), stukjes bos. Ik beland aan Baraque Michel, het is intussen middag geworden en ik zet mijn tochtje op het gemak verder. Kies voor een extra-trail – een beetje off road maar ook hier kom ik mensen tegen. Een aansluitende GR dan maar, die nog niet zo begaan lijkt. Na een tijd laat ik zelfs die letterlijk links liggen en ga ik langsheen een wandelpad nog dieper het bos in. Bingo. Ik herken haar aan haar witte poep. Een mooi, schichtig maar vooral sierlijk diertje dat op haar hoede in een brandstrook aan het grazen is. De takken verhinderen dat ik haar scherp in het vizier krijg. Maar een kwartiertje lang ben ik even van de wereld – zij naar rechts, ik naar links … Tegenvoeters, een paringsdans. Vooral: een kwartiertje kijken, bewonderen, ademhalen. Missie geslaagd.

Deze beauty kon ik een kwartiertje observeren. Bewonderen hoe ze gracieus, behoedzaam en stil één was met haar omgeving.

De dag nadien blijkt dat de zon van de partij was gisteren. Ik besluit het bos in te duiken nabij Ternell. Het is zaterdag, op mijn eerste afdaling langs een beekje moet ik bijna in de file staan. Ik onderdruk een ‘ta gueule’ tegen de luidpratende wandelaars. Zij gaan naar rechts, ik naar links. In de natuur weet je nooit wat er komt. Een uurtje of zo later beland ik op een geasfalteerde weg, vooral het terrein van fietsers. Die zijn er maar weinig, en op die manier beleef ik ook hier enkele zoete uren. Zo af en toe ga ik even het mooie bos in. Massa’s sporen van everzwijnen. Vers. Maar dieren zie ik niet, afgezien van een grappige eekhoorn. Vogeltjes des te meer. Wat volgt is een heel lange wandeling richting Eupen, met een stuk langs de barrage. Ik klok af op 38.000 stappen. Net iets teveel van het goede.

Op zondag start ik vanuit de stad een mooie wandeling richting de barrage. Door het bos. Vanaf de stuwdam is de magie weg. De motorrijders, de gezinnen met kinderen, de groepjes wandelaars: ze zijn er. Ik verkas naar het station en denk: die wandelweekends beginnen me mijn keel uit te komen.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: