Costa Rica, bestemming natuur maar eerst door het vagevuur. De heksenketel van downtown San José na een vlucht van 16 uur met tussenstop in Zürich. Het contrast met de tempel van het kapitalisme kan niet groter zijn.

Het meisje op de bus vraagt bij het afstappen of ik een Uber of taxi pak naar mijn hotel een kilometer verderop. Te voet, zeg ik. Ze kijkt bezorgd: gevaarlijke buurt. De terminus is in de buurt van de mercado central. Ik pak zelf mijn bagage, sluit de deur die al kapot was, ben nog maar 10 meter verder of ik hoor een local ´gringo´ uitroepen als hij de deur aanschouwt. Wijselijk verdwijn ik snel in de menigte. Het krioelt hier van de mensen. Tussen het gewriemel hop ik van calle naar calle – voetgangers hebben wel oversteekplaatsen (een schans in het trottoir) maar geen lichten. Ik hou er de vaart in.
Ineens is het gedaan met de drukte. Nog twee rustiger straten en ik arriveer in hotel Dunn Inn. Slechts 3 sterren, maar toch een bewaker in true detective-kostuum, met pistool aan de riem. Hij is ongelooflijk alert. Overvallen zijn hier waarschijnlijk geen fictie.
Ik bestel zalm in het restaurant en krijg kip. De dienster spreekt geen woord Engels. Samen kiezen we tiramisu uit. De room is op ´t randje van zuur. Haar zoete lach maakt alles goed.
´s Nachts hoor je … nachtlawaai. Muziek, roepers, getoeter. Het is niet zo warm nu. Maar ik kan me voorstellen hoe broeierig het kan zijn in deze stad. De Latijns- Amerikaanse vibes waaien me tegemoet door het open raam.






Plaats een reactie