Hummingbird fever. De voorbije dagen bracht ik door in een koortsige roes. Ijldromen, zweten, proviand inslaan en het hele dorp aansteken … Maar ook: beetje lezen, de kolibries bewonderen, ara’s spotten, de routes vd agouti leren kennen. Toen ik deze ochtend in mangrovedorp Sierpe belandde bleek de werkelijkheid nog erger dan mijn koortsdromen: een lange parade van eenogigen, zwakzinnigen, hinkenden, gebochelden … kruiste van nabij mijn pad. Ik wil geen clichés bevestigen over jarenlange inteelt in afgezonderde gemeenschappen maar het aandeel waterhoofden, horrelvoeten en vreemde uitstulpingen leek me hier toch bovenmaats. Met alle respect. Het is een hard bestaan temidden de slangen en krokodillen. Maar hoed je toch vooral voor zij die er betrekkelijk normaal uitzien. De lokale klusjesman biedt me een kamer aan: ‘er verblijven soms studenten bij mij voor 3 of 5 maanden’. Deliverance revisited, swamp style.
Ik heb het gehad met de Pacific. Die saaie meedogenloze zee, die vijf graden te warm, die stekende zon, die mensen die minder oprecht vrolijk en hartelijk zijn dan hun Carribische evenknieen. Ik ben intussen in het ijskoude San Jose beland. Er is een warme douche, en dat is alweer een eeuwigheid geleden. Een kruimel brood genereert geen miljoenen kleine beestjes. Mijn schoenen zijn droog. Geluk zit soms in de kleine dingen.














Plaats een reactie