Al één minuut na aankomst was mijn missie volbracht: een tapir zien. Moeder met kind, aan het uitrusten onder een struik aan het strand. Corcovado is wel degelijk een bijzondere plek. Met de densiteit aan wildlife die we er op een halfuur zagen kun je normaal gezien een vakantie vullen. Coati’s (pizotes), pecari’s, een luiaard, een ijverige middelgrote miereneter (de northern tamandua – oso hormiguero), een slapende silky miereneter: allemaal afgevinkt op minder dan een uur tijd – op een gebied nauwelijks een voetbalveld groot zo leek het wel. Later kwamen daar ook krokodillen, een kaaiman, reigers en squirrel monkeys bij. Zoveel wildlife spotten op zo korte tijd: dat voelt eigenlijk helemaal niet natuurlijk aan. De uitleg is dat de dieren hier thuis zijn en dat ze weten dat de mens geen bedreiging vormt. Vanaf toegangspunt Sirena station mogen dagelijks 2 golven toeristen van maximaal 120 man het park bezoeken. Zonder wegwerpplastic en mét een gids. De boot die een uur lang fullspeed langs de lange kust van het nationaal park vaart: je beseft dat dit een waardevol, ongerept gebied is. En het is goed dat de Tico’s en Tica’s er zo zuinig op zijn. Maar ik beleefde meer spanning en plezier aan het observeren van een enkele schimmige, pizote in de verte toen ik in El Zota zat, dan aan de frontale ontmoeting met een dozijn ervan – temidden van horden medetoeristen.
Ondanks de overvloed aan vreemde creaturen was het vooral het gezelschap van Wetu dat deze uitstap de moeite maakte. Het klikte meteen tussen ons – misschien omdat we allebei net liever alleen hiken. Hoe zou het geweest zijn, hadden we elkaar vroeger ontmoet?


















Plaats een reactie