Mijn loopbaan startte ik in De Slegte Brussel. Eerst halftijds, dan voltijds als medewerker en inkoper van boeken. Niet zelden stonden we maar met z’n tweeën in de vier verdiepingen tellende winkel.
Het was een tijd waarin ik dacht nog alles te kunnen lezen, en dus ook alles kocht. Enkele jaren later staarden al die parallelle levens me aan en dacht ik: laat ik ze maar vrijlaten, nieuwe huiskamers en gastenverblijven tegemoet.
Het was een tijd waarin er elke dag wel iets gebeurde. Helden vielen er van hun sokkel, obsessies werden zichtbaar, stapels boeken werden gereserveerd, verkocht en ingekocht. Jaarlijks gingen we de rekken rond om de winkeldochters in de uitverkoop te zetten. Mijn collega’s waren zonder uitzondering artistiek en levenslustig aangelegd. Boeken verbonden ons. Het occasionele betrappen van boekendieven ook. Die kwamen in allerlei vormen. Op den duur gingen onze zenuwen er nogal gespannen van staan. Achteraf gezien hadden we die lieve, oude man misschien de schande kunnen besparen, zoals een klant me toen verwijtend toeriep (maar dan had hij maar de rekening moeten betalen, in al zijn hooggeëtaleerde medeleven).
Op mijn loonbrief, inclusief zaterdagwerk, verscheen een bedrag van 970 euro. Dat was zelfs toen al niet veel. Maar ik werkte wel temidden de boeken. De vreemdste snuiters kwamen boeken aanbieden. De fijnste mensen informeerden naar niches waar ik zelfs het bestaan niet van bevroedde. Zelfhulpboeken waren toen nog niet in zwang. Er was geen overgangsfase van het actieve volwassen leven naar het prepensioen – dat was linea recta van de kookboeken naar de esoterie en de kristallen. Net voor sluitingstijd kwamen dronken Aziaten voor hun doen uitbundig schateren bij de bondage-boeken. De Dansaertvlamingen kwamen met paniek in de ogen informeren naar de nieuwste must-read. De minzame medeboekhandelaar deed gemoedelijk zijn rondje, op zoek naar nog een koopje na de vlooienmarkt.
We worstelden met cadeaupapier. Kenden de dynamieken van de stad en de dag van de week. Wisten wanneer de rush zou toeslaan, zagen de hele wereld over de vloer komen. Een man kwam elke dag gepakt als een ezel zijn boekenerfenis verkopen. Zo af en toe kwam er een verdacht figuur met missalen op de proppen – je zag nog net niet de klatergouden bekers in zijn vestzakken blinken. Er was de hoge ambtenaar die me een transcriptie van de televisievertelling ‘Nauwgezet & wanhopig’ van Wim Kayzer cadeau deed. Er waren mensen en nog meer verhalen.
Het was een tijd van boekenliefde – en een kennismaking met al die boekenliefhebbers. Het boek als relikwie, als instrument, als input, als output. Mensen als veel meer dan kaften of voetnoten. Hoe hun eigen ‘blurb’ (achterflaptekst) slechts zelden overeenstemde met wat wij als loopjongens en -meisjes van dit gezellige boekenbedrijf wel beter wisten. Tussen de regels lezen was ons vak.

Contact
Stuur een mailtje naar guybourgeois **apestaart** maguy.be





Plaats een reactie