Weekendje Saint-Hubert, toch ook met de stille wens om nog eens zo’n indrukwekkend edelhert te mogen aanschouwen als in Redu. Helaas: ik zag wel degelijk een hinde (een vrouwelijk edelhert), maar dan wel eentje dat aan de poten werd voortgedragen door een vijftal jagers. Ik passeerde net op het ‘goede’ moment, aanschouwde de dikke donkerbruine vacht. Veel dikker dan ik ooit vermoed had, maar nu ook niet zo verrassend aangezien deze bosdieren zich in weer en wind staande moeten houden temidden de elementen.

Of ik kwaad was op de jagers? Niet echt. In Spa was ik eens middenin een schietfestijn van aangeschoten jagers beland – die zagen al dubbel, schoten erop los als in een schietkraam. Ik kreeg stante pede een hekel aan elk van hen en zag duidelijk een omgekeerd evenredig verband tussen moed en afknalzucht. Maar hier? Ik liep al een tijdje in de buurt op deze jachtdag, hoorde hoogstens om het kwartier een naar ik aanneem gericht schot. En hoewel ik de linten mooi respecteerde en zelfs speciaal een omweg maakte, verzeilde ik toch in hun jachtgebied net toen ze in de auto met toen nog lege aanhangwagen passeerden, die jagers. Een viertal – jong, beleefd, begripvol en zeker niet dronken. Twee minuten later passeerde ik dan net die plek waar ze met andere jagers de vangst versjouwden. Allemaal twintigers en dertigers, slechts één zestiger. Ik was niet gedegouteerd of zo – weet dat Saint-Hubert bekend staat als ‘Capitale de la chasse’ en wat ik ervan gehoord en gezien had vond ik op deze dag nu ook weer niet zo buitensporig onbeschaafd. Jammer voor het dier natuurlijk, voor hem/haar maakt het weinig verschil met of zonder respect gedood te worden. Maar ik wist waar ik me bevond: bij het binnenwandelen van de stad trof ik in een brocantezaak een stapel lokale jagersmagazines uit de jaren 1970 aan. 40 uur later was de cirkel rond.

Ik beleefde een prachtig weekendje – in mooie bossen. Hoofdzakelijk loofwoud, een aanhoudende percussie van vallende eikels was mijn deel. De dwarrelende blaadjes die soms wel een tango leken te dansen, de vrolijke meesjes, de plokkende nootjes, de kabbelende beekjes: ze gaven de stilte (daar kunnen mijn oren zo dankbaar voor zijn) een muzikaal cachet. Zo af en toe kwam ik andere wandelaars tegen. Allemaal in bekoring van de kleurrijke herfst.

Plaats een reactie

Contact

Stuur een mailtje naar guybourgeois **apestaart** maguy.be

Latest posts