Kalmthout, Heide: het groen is er nooit ver weg. Bosrijke villalanen, veel fietsers, bloemetjesjurken en een gezonde mix van leven en rust. Eeuwig zondag hier. Oud geld? Misschien. Redelijk wat modernistische pareltjes achter die bomen en omheiningen, meer dan cottage alleen. De heide als lustoord van de vroegere bourgeoisie – rijke joden, kunstenaars, potverteerders. Hier en daar nog een boom die zich die taferelen herinnert. Vandaag is het ook gegoed – de weg leidt naar de haven, de goedbetaalde banen, de satellietbedrijfjes in de brede omgeving.

Ruimte, stilte: het is een zeldzaam goed. Mensen hier smaken het elke dag, appreciëren dat ook. De villabewoners kruipen ’s avonds vanachter hun omheining en maken een wandelingetje. Ze hebben hun vaste parcours. Ik loop er nu ook rond, proef van de verbazende opeenvolging van biotopen. Heide, grasland, bos, ven – je vindt het hier allemaal. Tussen licht en schaduw zoek ik tussen het groen van de boompjes, het harsige bruin van de stammen, het korengeel van het pijpenstrootje en het blauw van de lucht vergeefs naar de roodbruine silhouetten van de reetjes.

Bij het ochtendgloren verken ik bos en hei – loop verloren op een vierkante kilometer, maar ik geniet vooral van de stilte, de ruimte, de rust, het zachte zonlicht. Ik laat een koppeltje zwarte spechten opschrikken. Kruu kruu kruu luidt de waarschuwingskreet, maar het mannetje blijft in de buurt. Overdag laaf ik me aan de kennisoverdracht van de lesgever – het is vandaag de laatste les van een cursus die ik volg. Gentiaanblauwtje, beenbreek, heikikker, snavelbies, watersnuffel en tutti quanti – welk een weelde. Het valt me op hoe biologen vooral naar de grond lijken te turen, terwijl mijn natuurbeleving zich vooralsnog vooral op ooghoogte afspeelt.

’s Avonds verken ik de bossen. Een havik vliegt er niet vandoor, maar houdt na een halve omtrekkende cirkelbeweging halt in een hoge kruin. Wanneer hij ziet dat ik hem in het vizier blijf houden, is zijn interesse gewekt en komt hij even boven mijn hoofd zweven. Traag, inspecterend, harmonieus. Ik geniet van de aanblik – voel me even deel van het geheel. Honderd meter verder op het pad word ik opgeschrikt door schrille, luide, langgerekte ie ie-kreten. Een jong van een roofvogel dat op het punt staat het nest te verlaten? Na enkele seconden is het mysterie opgelost: goed verborgen in een kuil in het bos is een verweesd reekalfje hartverscheurend en uit volle borst op zijn/haar mama aan het roepen. De waterachtige ogen stralen een en al onschuld – en een beetje paniek – uit, hij/zij staat wankel op zijn beentjes. Ik hoop dat mama niet ver weg is, en maak me snel uit de voeten.

Plaats een reactie

Contact

Stuur een mailtje naar guybourgeois **apestaart** maguy.be

Latest posts