Dresden heeft onmiskenbaar een zekere charme. Ik pikte een paar expo’s mee in het Japanisches Palais, vergaapte me aan de trage bocht in de Elbe, genoot van het soms middeleeuws aandoende decor (waarvan het merendeel eigenlijk dateert van de laatste decennia). Kijkend naar de skyline van de oude stad, vanaf de oever van Neustadt, waan je je even in Firenze en/of Londen. Prachtig. Maar toen ik de dag nadien het kitscherige Zwingerhof bezocht, werd de betovering verbroken. Alsof je rondloopt in een Disney-decor – niet alleen hier, maar bij uitbreiding in het hele centrum … Ik was blij ervanonder te muizen, richting Polen en Wroclaw!





xxxx
Wroclaw, in 2016 Culturele Hoofdstad van Europa, was een openbaring. Een beetje rommelig, kronkelend als de Oder, stedelijk, energiek, artistiek – mede dankzij de grote studentenpopulatie. De architectuurgeschiedenis omspant er vele eeuwen en je weet écht niet waar eerst kijken: tal van verschillende bouwstijlen staan er complexloos tegen elkaar geplakt, vaak met heel wat allure. Ik belandde ook op een binnenplaatsje dat onmiskenbaar een communistisch-socialistisch stempel droeg en genoot van de sensatie, al weet ik niet of het er ook aangenaam wonen is. Ik struinde op mijn gemak rond in de stad, liet me verrassen. Op aanraden van de dame in het toeristisch infokantoor bezocht ik het domein van de Centennial Hall, een soort kleine, charmante Heizelvlakte met monumentale gebouwen. Een lokaal koppel deed me er de ontstaangeschiedenis uit de doeken van de vele kaboutertjes die de stad sieren. Ik beleefde er twee fantastische dagen, was er graag nog wat langer gebleven.

















xxxx
Krakau was een tegenvaller. Misschien omdat ik er logeerde in een horig, oud gebouw waar het pleisterwerk van de muren viel. Misschien omdat ik moe was en nog moest wennen aan de vriestemperaturen. In elk geval, de buitenwereld hielp ook al niet: de historisch joodse Kazimierz-wijk met zijn synagoges – weifelend tussen slachtofferschap en righteousness, de fabriek van Oskar Schindler (de Duitse muziek, de zwarthemden, de horror van de oorlog), de lange lanen met druk autoverkeer, het te toeristische centrum. Ik zocht mijn toevlucht in het occasionele antiquariaat en flaneerde langs de soevereine Wisla – een mooi tegengewicht voor de pompeuze stad en de drukte.











Krakau verlaten voelde goed. De Flixbus bracht me naar de Slovaakse kant van de Tatra’s en daar was het tijd om te genieten van dikke pakken sneeuw en een adembenemende natuurpracht.




Plaats een reactie