Al jaren droomde ik van een reis langs Oost-Europese steden die alleen al door de klank van hun naam tot mijn verbeelding spreken. Praag, Wenen, Bratislava, Boedapest … Gehuld in een zweem van mysterie, gedragen door roemrijke geschiedenissen. Het leek me heerlijk een koffietje te drinken in een grand café, in een rokerige kroeg te duiken waar dissidente schrijvers de volgende revolutie beramen. Wie weet de speelbal te worden van een femme fatale met staalblauwe oogopslag, een kil hart en een flinterdun kettinkje rond de ranke enkels.

Een blik op de kaart leerde me dat een bezoekje aan die hoofdsteden me iets te veel kopzorgen zou bezorgen. Te druk, te groot en eigenlijk ook te duur. Met een penseeltje tekende ik een alternatieve route uit – met bezoekjes aan kleinere maar even roemruchte steden. Dresden, Wroclaw en Krakau: die pareltjes ging ik bezoeken, om dan af te ronden met een fysiek en emotioneel hoogtepunt: de besneeuwde bergtoppen van de Hoge Tatra.

Na een lange treinreis (spoiler: noem een nachttrein nooit een slaaptrein) belandde ik ’s ochtends vroeg in het spiegelgladde Dresden. Onmiskenbaar charmant. Ik pikte een paar expo’s mee in het Japanisches Palais, vergaapte me aan de trage bocht in de Elbe, genoot van het vaak middeleeuws aandoende decor. De meeste gebouwen in de binnenstad werden de laatste decennia heropgebouwd, maar de gebruikte zandsteen oxideert en kleurt snel zwart – wat zorgt voor een onevenaarbaar patina.

Kijkend naar de skyline van de oude stad, vanaf de oever van Neustadt, waan je je even in een mix van Firenze en Londen. Prachtig. Maar toen ik de dag nadien het kitscherige laat-barokke Zwingerhof bezocht, bekroop me het unheimliche gevoel in een filmdecor rond te wandelen. De gruwel van de cherubijntjes. Er is iets onechts aan deze stad, dacht ik … en ik was blij ervandoor te kunnen gaan, richting Polen en Wroclaw!

Dresden in de vroege uurtjes: verstilde schoonheid.

Zicht op Neustadt – links de Augustusbrug (eveneens heropgebouwd na de WOII-bombardementen).

xxxx

Wroclaw, in 2016 Culturele Hoofdstad van Europa, was een openbaring. Een beetje rommelig, stedelijk, energiek, artistiek – mede dankzij de grote studentenpopulatie. De architectuurgeschiedenis omspant er vele eeuwen en je weet écht niet waar eerst kijken: tal van verschillende bouwstijlen staan er complexloos tegen elkaar geplakt, vaak met heel wat allure. Zo verzeilde ik toevallig op een binnenplaatsje dat onmiskenbaar een communistisch-socialistische stempel droeg en genoot van de sensatie, al weet ik niet of het er ook aangenaam wonen is. In dit boeiende artikel op Oostblog ontdek je meer over de architectuur in Wroclaw.

Ik struinde op mijn gemak rond in de stad, liet me verrassen. Op aanraden van de dame in het toeristisch infokantoor belandde ik ook op het domein van de Centennial Hall, een soort kleine, charmante Heizelvlakte met monumentale gebouwen. Een lokaal koppel deed me er de ontstaansgeschiedenis uit de doeken van de vele kaboutertjes die de stad sieren. Ik beleefde er twee fantastische dagen, was er graag nog wat langer gebleven.

Wroclaw: een festijn voor architectuurliefhebbers.

Theaterliefhebbers: hier moet je zijn!

Artistiek, verrassend: Wroclaw ten voeten uit.

De Oder – een trage stroom met regelmatig een inhammetje waar in vroegere tijden schepen werden geladen of gelost.

De Centenniall Hall – toen ik er was, op Driekoningen (een officiële feestdag in Polen), vond er een popconcert plaats.

xxxx

Ik had het graag anders gezien, maar Krakau was een tegenvaller. Misschien omdat ik er logeerde in een gehorig, oud gebouw waar het pleisterwerk van de muren viel. Misschien omdat ik moe was en nog moest wennen aan de vriestemperaturen (het was gemiddeld -10°). In elk geval, de buitenwereld hielp ook al niet: de historisch joodse Kazimierz-wijk met zijn synagoges – weifelend tussen slachtofferschap en righteousness, de fabriek van Oskar Schindler (de Duitse muziek, de zwarthemden, de horror van de oorlog), de lange lanen met druk autoverkeer, het te toeristische centrum … Ik zocht mijn toevlucht in het occasionele antiquariaat en flaneerde langs de soevereine Wisla – een mooi tegengewicht voor de pompeuze stad en de drukte.

Fijne boekhandelaar, ik kocht er een boekje van Paustowski. In het Pools weliswaar.

Krakau verlaten voelde goed. De Flixbus bracht me naar de Slovaakse kant van de Hoge Tatra. Daar wachtte me een sprookjeslandschap met dikke pakken sneeuw en een adembenemende natuurpracht.

Plaats een reactie

Contact

Stuur een mailtje naar guybourgeois **apestaart** maguy.be

Latest posts