Een schraal lentezonnetje, lichtpartikeltjes die door de lucht zweven als is het golden hour nakend, een betoverende setting: Diest. Een stad die grossiert in (laat-)middeleeuwse huizen, kasseien, vitrines van weleer, kunst op elke straathoek en heiligen voor ieders onderkomen en budget. Een tijdloos Vlaanderen met een citadel, een China Place, een kapper Ronny en een oud dametje dat weet dat de nieuwste modetrends ook maar tot hun recht komen als je elke dag de rug recht, de emmer pakt en je vitrine laat blinken in het lentelicht. Volharding is de Vlaamse aard. Denk ik toch. We kunnen ons niet elke dag heruitvinden.
En waar Diest me nog het meeste mee verraste: het ronduit prachtige natuurgebied Webbekoms Broek, overstromingsgebied voor de Demer. Ik zag er drie zilverreigers, ook de ooievaars zijn voor het zesde jaar op rij opnieuw gearriveerd (het mannetje drie weken later dan het vrouwtje). Ik hoorde engelengezang vanuit het riet, vroeg me af waar de padden of kikkers zaten en liep als een gelukkig mens rond te turen in de verte. Ruimte en vrije zichten: het is een onbetaalbaar goed. Kers op de taart: ik had onderweg heel aardige gesprekjes met inwoners van allerlei pluimage. Open mensen, vriendelijk. Goed om te weten dat zo’n horizonverruimende stad en dito natuurdomein helemaal binnen treinbereik ligt – je waant je er tegelijk in vroeger en nu.




















Plaats een reactie